Over de noodzaak om alleen te zijn – en ‘nee’ voor zelfbehoud

Als je de mensheid zou opdelen in ‘zij die opladen als ze onder de mensen zijn – en zich dikwijls ongemakkelijk/onrustig voelen bij alleen-zijn en ‘zij die opladen als ze alleen zijn – en zich dikwijls overweldigd voelen bij samen-zijn’ dan pas ik zonder twijfel in de laatstgenoemde groep.

Ik hou ervan om te lummelen, in huis rond te scharrelen of er juist alleen op uit te gaan. Om te luisteren naar de geluiden om me heen, om het aan me voorbij trekkende leven te observeren zonder er zelf écht aan mee te doen. Of me juist terug te trekken in mijn veilige holletje en te verdwijnen in een andere wereld, thuis met een boek op de bank en de gordijnen dicht.

Daarnaast heb ik het gewoon nodig om met beide benen op de grond te blijven staan. Om te kunnen genieten van samenzijn – wat ik ook heus kan en doe. Om erbij te zijn met mijn gedachten. Ik zou zelfs durven zeggen: om te kunnen functioneren.

In de jaren dat ik vrijgezel was en alleen woonde, was het een eitje om aan die me time te komen. Ik zwom in de zeeën van tijd voor mezelf die er in een onuitputtelijke hoeveelheid was. Ook toen ik een relatie kreeg, lukte het me vrij aardig om regelmatig op mezelf aan gewezen te zijn. Nu ik moeder ben van een baby van ruim tien maanden is het een ander verhaal. Ik sprokkel de minuten voor mezelf bij elkaar die in plaats van zeeën meer weg hebben van opgedroogde rivieren.

Het heeft invloed op mij, want door een gebrek aan tijd om op te laden, heb ik veel minder energie. En dat heeft dan weer invloed op de sociale activiteiten die ik (niet) onderneem, omdat ik daar véél minder ruimte voel. Maar ook mijn humeur en mijn gemoed. Op het gewicht van een lange autorit of het samenzijn met een groep mensen of het switchen naar een andere taal; dingen die ooit zoveel lichter voelden.

Ik voel me vaak overweldigd en zeer uiteenlopende dingen zijn snel te veel. En als ik me zo voel, triggert het mijn verlangen om alleen te zijn in de meest extreme vorm. Ik voel de neiging om te vluchten, me te verstoppen. Een oerverlangen om me te onttrekken aan alles en te verdwijnen. Niet voor altijd. Maar voor meer dan die paar minuten, voor meer dan dat ene uurtje. En om, voordat je je zorgen begint te maken, daarna weer terug te keren.

Als dat gevoel de overhand neemt, beland ik op een zeer onaangename plek in mezelf. Romans lezen over jonge moeders die de benen nemen, helpt dan niet. Toch koos ik – onbewust – steeds boeken over dat thema. Het sloot naadloos aan bij het verwijderen van apps op mijn telefoon, van het dempen van meldingen in groepsgesprekken, het afzeggen van afspraken.

Want dat is wat ik doe als het me te veel word: ik trek me terug. Wie net als ik tot de eerder genoemde tweede categorie mensen behoort, herkent dat gevoel meestal wel. Wie tot de eerste categorie behoort, snapt er doorgaans niets/weinig van. Logisch, want dat waarvan ik me onttrek, daar wordt zo iemand juist gelukkig van.

Waar ik met dit verhaal naartoe wil? Naar begrip voor iedereen die soms de neiging heeft om zich te verstoppen. Ik kan het zo slecht uitleggen aan wie die dat verlangen niet kent, helemaal als ik in die verdwijndrang zit. Mijn ‘nee’s’ en de ‘nee’s’ van andere terugtrekkers zijn (meestal) geen afwijzing, geen ‘geen zin’ of ‘ik vind jou niet belangrijk’. Het zijn noodzakelijke ‘nee’s’. ‘Nee’s’ voor zelfbehoud. Mijn grenzen zijn een houvast, het terugtrekken is mijn redding. Ik ben zo ontzettend geholpen met alleen zijn, met ruimte en een beetje adem, zodat ik me daarna weer kan laten zien. Want echt, dat wil ik ook. Alleen niet altijd.

Een boek dat ik de afgelopen weken las dat precies daarover gaat – en dus niet over jonge moeders die in hun wanhoop écht de benen nemen – is Zwemmers van Julie Otsuka (Lebowski, 2022). Een verhaal over vluchten in het water en vergankelijkheid. Over vasthouden en loslaten, over een naderend afscheid. Over (samen) alleen-zijn en het verkleinen van je wereld, als keuze of als lot.

Ook las ik (en raad ik aan!):

  • Kleine brandjes overal van Celeste Ng (Signatuur, 2019); Een prachtig boek dat ik maar moeilijk kon wegleggen. Het leest als een trein en zette me enorm aan het denken over mensen en hun beweegredenen. Over ‘goed’ en ‘fout’, oordelen en tweede kansen. Over moeders en moedergevoelens en hoe ver die een vrouw kunnen laten gaan.
  • Een opsomming van tekortkomingen, Ine Boermans (Orlando 2021); Een bij vlagen grappig, ontroerend en treurig verhaal over het ontwrichtende effect van een scheiding en het grenzeloze verlangen van een kind naar de liefde van haar ouders. Het zette me aan het denken over hoe ver je moet willen gaan om iemand dicht bij je te houden, wanneer het genoeg is en als het genoeg is, wie dat dan bepaalt.

Tot slot verschenen er nog artikelen van mijn hand over positieve effecten van (bepaalde) films op kinderen (Ouders van Nu) en een praktisch stuk over hoe je als huisartszoekende een praktijk met plek vindt (Algemeen Dagblad). Ook sprak ik met documentairemaker Julia Roeselers over haar korte film ‘s Nachts word je moeder, een prachtige documentaire over alleenstaande moeders tijdens het zwaarste moment van de dag: de nacht (ook heel herkenbaar voor niet-alleenstaande ouders). Je kunt ‘m tot 7 juli gratis bekijken via de link.

Dat was ‘m voor nu, maak er een mooie dag van!

Veel liefs,
Liselotte (hieronder op de foto in een hangmat in Piemonte, Italië. Inmiddels weer thuis)

Pssst! Je las aflevering 41 van Nieuwsletters van Lies. Ontvang je deze nieuwsbrief nog niet automatisch in je mailbox en zou je dat wel willen? Abonneren kan via deze link.

Een overzicht van alle afleveringen vind je hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.