Publicatie SVDJ: ‘Mag ik het interview nog lezen voor publicatie?’

Het is een gebruikelijke manier van doen in de Nederlandse journalistiek: een geïnterviewde voor publicatie inzage geven in het artikel. Maar móet dat eigenlijk? Waarom beperkt de ene journalist zich tot feitelijke onjuistheden en past de ander op verzoek veel meer in de tekst aan? En waarom doen we het in Nederland heel anders dan in bijvoorbeeld Engeland?

Een geïnterviewde wil het artikel waaraan hij meewerkt voor publicatie inzien. Dat is niet ongebruikelijk, dus stemt de journalist in, met het voorbehoud: alleen feitelijke onjuistheden!  Hij mailt het uitgewerkte artikel volgens afspraak en krijgt het document een paar uur later vol rode strepen, aanpassingen en opmerkingen retour.

Zo gaat het vaak, weet Cyril Rosman, verslaggever bij het Algemeen Dagblad. Hij schrijft verhalen over uiteenlopende onderwerpen, waarvoor hij vaak mensen interviewt. ‘Niemand houdt zich aan de regel om alleen de feitelijke onjuistheden door te geven. Ik vind dat het aan mij is om wel of niet in te gaan op de suggesties die iemand geeft. Als zo’n aanpassing geen afbreuk doet aan de inhoud en de geïnterviewde stáát erop, dan beweeg ik weleens mee. Maar lang niet altijd.’ Ook de geïnterviewden van Rutger Otto, tech-journalist bij NU.nl, stellen vaak extra aanpassingen voor na een inzage. ‘Ze proberen linkjes of extra informatie toe te voegen.’ Hij haalt er zijn schouders over op en past alleen de feiten aan.

Geen recht

Volgens Maarten van den Berg, advocaat bij de NVJ, ontstaat er regelmatig verwarring rond inzage. Geïnterviewden denken soms dat ze per definitie recht op inzage hebben, zegt hij.  ‘Ze zijn geneigd om dat inzagerecht te ruim te interpreteren en om op de stoel van de journalist te gaan zitten’. Terwijl De Leidraad voor de Journalistiek het ‘recht’ vrij duidelijk formuleert: ‘Journalisten die een artikel vooraf ter inzage geven aan degene over wie het artikel gaat – om feitelijke onjuistheden te corrigeren en om onduidelijkheden weg te nemen – zijn vrij te bepalen hoe zij op- en aanmerkingen in het artikel verwerken.’  Is de journalist überhaupt verplicht om zijn journalisten inzage te geven? Nee, zegt Van den Berg. Alleen als hij daar met zijn geïnterviewden op voorhand duidelijke afspraken over heeft gemaakt. 

‘Het inzagerecht is géén wettelijke bepaling,’ benadrukt advocaat Van den Berg. Hij noemt een interview een overeenkomst die de journalist en diegene die hij bevraagt met elkaar aangaan. De inhoud van dat ‘contract’ bepalen ze samen. Afspraken gaan bijvoorbeeld over het gespreksonderwerp, de duur van het interview en de inzage van de tekst. ‘Het vooraf inzien van een publicatie is een redelijk verzoek, waaraan de meeste journalisten meestal gewoon meewerken.’ Maar niet iedereen neemt genoegen met een check op feitelijke onjuistheden. Soms dwingt een geïnterviewde een correctie- of zelfs vetorecht af. ‘Het is aan de journalist hoever hij wil gaan om zo’n persoon te spreken, maar als hij akkoord gaat dan vormen de gemaakte afspraken het inzagerecht. Daaraan moet hij zich dan ook houden.’

Hoop extra werk

Er bestaat dus eigenlijk niet iets zoals ‘het inzagerecht’, wat zowel de verwarring rond de term als de verschillende manieren waarop journalisten ermee omgaan verklaart. Verslaggever Rosman laat zijn teksten van tevoren liever niet lezen, omdat het hem een hoop extra werk oplevert. ‘Mensen zouden erop moeten vertrouwen dat ik mijn werk goed doe.’ Maar als iemand erom vraagt, doet hij er niet moeilijk over en mailt hij de gebruikte citaten. Het complete artikel stuurt hij zelden. Al hanteert hij één uitzondering. ‘Kwetsbare mensen, zoals nabestaanden en vluchtelingen, bied ik altijd aan om de tekst voor publicatie te lezen. Vaak hebben ze geen media-ervaring en onderschatten ze de impact van zo’n artikel. Ik vind het mijn verantwoordelijkheid om daar heel zorgvuldig mee om te gaan.’

Annemiek Leclaire, freelance human interest journalist voor o.a. NRC en Vrij Nederland hanteert heel andere regels. Ze stuurt iedereen die ze spreekt het artikel ter inzage. ‘Ze mogen hun citaten altijd aanpassen, mits het voor de lezer begrijpelijke tekst blijft. Ik ben niet van de school “dat heb je zo gezegd dus zo laten we het ook staan”. Ik zeg zelf ook weleens iets dat ik bij nader inzien graag wat preciezer wil formuleren.’ De aard van haar journalistieke werk speelt een grote rol bij de keuze voor haar beleid. ‘Mijn werk bestaat bij de gratie van de medewerking van anderen, ik vertel hún verhalen.’ Ze kan zich voorstellen dat dat anders ligt bij collega-journalisten die de macht controleren. Ook tech-journalist Otto stuurt zijn werk regelmatig uit eigen initiatief voor publicatie naar geïnterviewden, al doet hij dat om andere redenen dan Leclaire. ‘Ik schrijf veel over ingewikkelde onderwerpen en vind het fijn als een deskundige die ik sprak nog even checkt of ik het jargon goed heb vertaald naar een tekst die de lezer begrijpt.’ Bij minder complexe onderwerpen doet hij dat niet.

Advocaat Van den Berg beschikt niet over cijfers, maar merkt dat er tussen journalisten en geïnterviewden steeds vaker onenigheid is over inzage. Soms komt het zelfs tot een juridisch conflict, al eindigen de meeste kwesties over inzagerecht niet in de rechtszaak, maar bij de Raad voor de Journalistiek. Het past volgens hem in het beeld dat de juridische druk op journalisten in het algemeen steeds groter wordt. Journalisten Leclaire, Otto en Rosman hebben daar (gelukkig) geen ervaring mee. Al hoort die laatste nog weleens wat gemopper als hij een waslijst aan suggesties niet heeft overgenomen. ‘Soms ontvang ik nadien een boze mail.’

Culturele verschillen

Hoe er met inzagerecht wordt omgegaan, verschilt overigens behoorlijk per land. In Engeland en de VS bijvoorbeeld is het uit den boze om een artikel voor publicatie te laten lezen. Volgens Rimme Mastebroek, docent journalistiek en media aan Christelijke Hogeschool Ede, is de journalistieke cultuur in Angelsaksische landen heel anders dan in bijvoorbeeld Nederland, Duitsland en Scandinavië. ‘Amerikaanse en Britse journalisten dragen hun onafhankelijkheid groots uit en zien zo’n inzage als een bedreiging op hun grootste goed: autonomie. In noord- en midden-Europa zijn waarden als vertrouwen en transparantie minstens zo belangrijk en dat vertaalt zich naar journalistieke praktijken zoals het inzagerecht.’

Gepubliceerd op 20 februari 2024 op de site van Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.