Hoe ik mensen/plekken een eerbetoon geef in mijn romans


Als ik een speurtocht zou uitzetten in mijn debuutroman Waar ik liever niet kom, zou ik je op pad kunnen sturen met de volgende vragen:

  1. Waar komt de naam Caroline vandaan?
  2. Wiens achternaam draagt ze?
  3. Hoe komen passanten aan hun namen?
  4. Wie is er, net als Caroline, ook jarig op 3 juli?
  5. En natuurlijk: wie is flip, waaraan het boek is opgedragen?

Mensen die mij heel goed kennen, weten de antwoorden op bovenstaande vragen.

Caroline is een verbastering van mijn eigen tweede naam ‘Carolina’. Haar achternaam ‘Lorijn’ is de meisjesnaam van mijn moeder. Ik vond het een mooi idee om de weinig voorkomende achternaam van mijn opa, die vijf dochters kreeg, voort te laten leven op papier.

De namen van eilandbewoners die Caroline ontmoet op Bali, zijn allemaal afkomstig van gidsen, obers en mensen die werkten op de accommodaties waar ikzelf logeerde. Mijn broer Sander is jarig op 3 juli en ‘flip’ is de bijnaam van mijn jongste broer Bram.

Heel bewust verstop ik zo’n eerbetoon in mijn verhalen. Het is mijn manier om mensen, maar ook zeker plaatsen te eren.

Omdat mijn eigen wereldreis zo’n vreemde route had (ik begon in Singapore en eindigde in Brazilië) beperkte ik me in Waar ik liever niet kom tot Azië. De plekken die Caroline aandeed, bezocht ik tijdens mijn eerste verre reizen, waardoor ze bijzonder voor me waren. Daarnaast kende ik ze goed, omdat ze een soort hub werden waar ik een aantal keer afsprak met (geëmigreerde) vrienden.

Ook helpt zo’n eerbetoon me om me verbonden te voelen met mijn werk. Om liefde te voelen voor zowel de personages als de locaties, om me in te leven in de karakters en in mijn fantasiewereld te verdwijnen tijdens het schrijven.

In mijn tweede roman zou ik ook een speurtocht kunnen uitzetten. De namen van de hoofdpersonen zijn allemaal (verbasteringen van) namen die iets voor me betekenen. En dat geldt ook voor de locaties, die net als in Waar ik liever niet kom zorgvuldig zijn gekozen.

Zo speelt het boek zich af in mijn geliefde Utrecht én op het Sallandse platteland, waar ik een groot deel van mijn jeugd doorbracht en tegenwoordig een privé-camping/schrijfplek heb in de weilanden achter de boerderij van mijn familie.

Over die caravan gesproken: door vakantie/verhuizing/corona was ik er de de laatste tijd minder vaak dan ik zou willen. Afgelopen week haalde ik de schade in. En wat denk je? Na het kajakken, tuinieren en wandelen pakte ik donderdag pen en papier en schreef ik zowaar het begin van een nieuw verhaal. Misschien wel dat van mijn derde roman… 

Fijne dag, tot de volgende!
Liselotte

Pssst! Je las aflevering 18 van mijn tweewekelijkse nieuwsbrief Nieuwsletters van Lies. Ontvang je deze nieuwsbrief nog niet automatisch in je mailbox en zou je dat wel willen? Abonneren kan via deze link 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.