Tijd voor bezinning, voor lezen in plaats van schrijven én een (hele) grote verandering

Na de heerlijke roadtrip die vriend en ik op de bonnefooi maakten (we reden via Zuid-Limburg naar Schwarzwald, naar Lago Maggiore en Verona en eindigden in Tirol) zit ik weer achter mijn laptop om deze nieuwsbrief te tikken.

Naast het maken van losse aantekeningen in een van mijn vele notitieboekjes, is dit voorlopig het enige schrijfwerk dat ik verricht. Het manuscript van mijn tweede roman ligt nog bij mijn uitgever en tot ik feedback heb ontvangen (wat nog wel een week of 2/3 kan duren), raak ik het met geen vinger aan.

Goed voor mij, want ik was best wel heel erg moe/leeg/kapot na het (nogal harde) werken aan de nieuwe versie. Daarnaast minstens zo goed voor de roman in wording: afstand nemen van het verhaal zorgt ervoor dat ik er straks weer met een frisse blik naar kan kijken.

In een eerdere aflevering vertelde ik al over de weken tussen het inleveren van een nieuwe versie en het krijgen van feedback, de wondere tussenfase noemde ik het toen.

Nu is het principe van die tussenfases vrijwel altijd hetzelfde: ik rust uit en laad op. Hoe ik dat doe, hangt af van de periode van het jaar.

In de zomer komt het neer op het verslinden van boeken – tot nu toe las ik: Bult van Marie de Maré, Hardland van Benedict Wells, De Huisvriend van Heleen Debruyne, Rollekind van Carolien van ‘t Hof, afspreken met vrienden, rommelen in huis, werken in mijn caravantuin en al het andere waar ik de afgelopen maanden geen/weinig tijd voor maakte.

In deze tussenfase doe ik daarnaast iets groots: ik ga samenwonen. Verhuizen, naar een andere stad. Na 13 jaar verruil ik mijn geliefde Utrecht voor Dordrecht, de stad waar – zo leerde ik gisteren – Vincent van Gogh ooit woonde (ik hoor je denken: waar woonde die man niét, maar dat doet er niet toe). En natuurlijk veel belangrijker, de stad waar mijn grote liefde woont.

Ik ben het piepkleine huis waarin ik zeven jaar woonde aan het leeghalen en verhuis mijn spullen naar het zoveel ruimere, oude pakhuis met een gele keuken en net zo’n zonnig, geel plafond. Vanaf augustus sta ik ingeschreven op het tiende adres waarop ik woonde in de zesde woonplaats – en daarmee ben ik nog láng geen Vincent Van Gogh.

Het loslaten van Utrecht, de stad waar ik me zo ontzettend thuis voelde, waarmee ik een vriendschap sloot en waar ik me veilig voelde, raakt het thema dat me van jongs af aan fascineert: ‘Wat is thuis?’. Het komt terug in mijn debuutroman, waarin vooral de zoekende mens centraal staat en speelt ook – op een heel andere manier – een grote rol in mijn tweede boek.

Want wat is nou eigenlijk thuis? Is het een land, een stad, een gebied of een streek? Een huis, een persoon, een gevoel, een plek in jezelf of nog iets anders?

Maak er een mooie dag van!

Veel liefs,
Liselotte

Pssst! Je las aflevering 16 van mijn tweewekelijkse nieuwsbrief Nieuwsletters van Lies. Ontvang je deze nieuwsbrief nog niet automatisch in je mailbox en zou je dat wel willen? Abonneren kan via deze link 💫

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.